Vlag Uit Route 1:

Klik kort 1 keer voor een grote kaart
fiets route 1

De Compagniester route

Attracties ROUTE 1
De route is ongeveer 38 km.
Wilt u minder fietsen, dan volgt u de doorsteek van Tripscompagnie - Borgercompagnie, aangegeven door een stippellijn op de kaart.


U kunt deze route beginnen bij de Borgerswoldhoeve. Hier is parkeerruimte en de koffie is er vanaf 10.00 uur klaar. [1] Einde parkeerterrein rechts. Eerste fietspad rechts. Bij kruising fietspad rechts volgen.
Bij driesprong rechts, direct links. Bij driesprong rechts. Bij T-kruising rechtdoor. Bij volgende T-kruising links. Weg oversteken. Bij driesprong rechts. Bij viersprong rechts. Links en rechts zijn volkstuinen. Over bruggetje en rechtdoor. Over bruggetje en rechts. Over klapbrug (De Woerdenbrug) en links [2]

Einde fietspad (in Borgercompagnie [3] rechts.

Eerste brug oversteken naar Hemaliahoeve, de ingang is links achter de boerderij.
Vanuit de Hemaliahoeve links. Eerste brug oversteken en links over fietspad[4].

Weg vervolgen tot Asperge- en aardbeiboerderij Doornbosch [5].

Vanuit Asperge- en aardbeiboerderij Doornbosch rechts, onder viaduct door[6]].

Bij driesprong rechtdoor, richting Hoogezand. Weg vervolgen tot Museum Lammert Boerma.
Vanuit het museum links[7] .

Over de 4e dam in Borgercompagniesterdiep rechts, richting Adriaan Tripbos [8].

Eind fietspad (in Tripscompagnie[9]) links.

Over eerste dam in Tripscompagniesterdiep rechts en rechts naar de familie Pentenga.
Vanuit boerderij Pentenga terug over dam en rechts. Bij bocht eerste weg links (secundaire weg) [10].

Bij kruising links aanhouden (Vosholen, met links NAM-kantoor). Vlak voor viersprong is links de borg Welgelegen [11].
Na bezoek aan de borg Welgelegen de Vosholen volgen door het fietspad te nemen dat tussen de hoge bomenrij loopt. Aan uw linkerhand krijgt u kwekerij de Klimroos, De Vosholen 8 . Na de klimroos rechts op de viersprong links.

de Borgercompagniesterstraat in tot huisnummer 108, mevrouw Martje Jongman-Freije.
Vanuit Martje Jongman links tot Boomkwekerij Jongman
Vanuit Boomkwekerij Jongman links [12].

Voor driesprong links op fietspad (gaat over in secundaire weg van de Noorderstraat). Op nummer 274 is het Groninger Schaatsmuseum gevestigd. Vanuit het Groninger Schaatsmuseum rechts [13].

Borgercompagniesterstraat oversteken [14].

Op de hoek met Noordbroeksterstraat is het restaurant De Gouden Zon..

Bij bord ‘brom/fiets Zuidbroek’ weg oversteken en rechts, eerste kruising rechts en direct links (Westeind, richting Zuidbroek). Doorrijden tot nummer 29.
Vanuit Atelier Jokescreen rechts. Eind fietspad weg oversteken [16].
[5 route 2]

Eind W. A. Scholtenweg buigt weg rechts, over in Achter de Wal. Onder spoortunneltje door. Eerste weg rechts (Poeltjelaan) [17].

Eind fietspad rechts op doorgaande weg (Daaleweg). Eerste kruising links. Fietspad eindigt op Nieuweweg in Muntendam[18].

Aan overzijde is De Heemtuin.
Vanuit De Heemtuin rechts. De eerste weg links (de Westerbouwte).
Aan het eind van de Westerbouwte bij de T-kruising rechts (Het Loeg).
Aan de rechterkant van de weg op nummer 29 is het atelier van Loes Koster.
Vanuit Loes Koster rechts. Bij het kruispunt rechts, richting Tripscompagnie (Nieuweweg). Deze weg volgen tot afslag Sportcentrum Ruitershorn (Domela
Nieuwenhuisweg, gaat over in Burgemeester Nassaustraat).
Bij ‘vreemde kruising’ rechts (Bovenweg, halverwege oversteken naar het fietspad links van de weg).
In de bocht oversteken.
Bij de kruising (Westerbrink) oversteken.
Via het fietspad naar de doorgaande weg (Schilderslaan) [19].

Twee kruisingen rechtdoor. Over de brug links. Bij de rotonde driekwart rond.
Bij de kruising rechtdoor (J.Bruggemalaan).
Eerste weg rechts (Ds. Petersenstraat).
Einde weg schuin naar rechts oversteken (Burgemeester De Hoopstraat).
Aan het einde van de weg is aan de linkerzijde het Veenkoloniaal Museum.

Vanuit museum rechts (Burg. De Hoopstraat).
Bij kruising links (Verl. Van Berensteynstraat).
Bij T-kruising rechts (Beneden Westerdiep). Bij Eerste dam links.
Bij kruising met Sorghvlietlaan oversteken (Goudlaan). Bij T-kruising rechts (Robijnlaan).
Na ± 100 m. links en rechts aanhouden. Aan eind rechts, over brug links.
Bij driesprong rechts. Bij driesprong links.
Bij T-kruising links. Bij T-kruising rechts (Langeleegte).
Bij kruispunt links (provinciale weg oversteken).
Via klinkerweg Borgerswold in. Parkeerplaats schuin oversteken, fietspad op.
Bij driesprong links.
Bij informatiebord ‘Borgerswold Strand’ links en naar Borgerswoldhoeve.

Wetenswaardigheden route 1 - Borgercompagnie,
Tripscompagnie, Sappemeer, Zuidbroek, Muntendam, Veendam

De nummering van deze informatie past bij de nummering in de routebeschrijving.
  1. Het park ‘Borgerswold’ is aangelegd in 1975. Het park is 480 hectare groot en is rijk aan bos en waterpartijen.
  2. De grote heuvel u is de gesloten vuilstort van Veendam.
  3. Borgercompagnie is in 1647 door een aantal ‘borgers’ uit Groningen ontgonnen. De turf werd door het Borgercompagniesterdiep afgevoerd. Later werd het diep gebruikt voor afvoer van landbouwproducten. Het Veenkoloniale lintdorp is ±7 km. lang en valt onder de gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam. In 1974 is groot gedeelte van het diep gedempt. De boerderijen in Borgercompagnie zijn meestal van het Oldambster type, dat wil zeggen een deur in het midden van de voorgevel met aan beide kanten van de deur twee ramen. De oude boerderijen van het Veenkoloniale type hebben maar twee ramen in de voorgevel, met daarnaast de ‘krimpen’, of het woongedeelte is in de schuur ingebouwd.
  4. De Kroonboerderij, aan de voet van Borgercompagnie, op nummer 226, is de voormalige proefboerderij van de Veenkoloniën, maar sinds 1987 niet meer als proefboerderij in gebruik.
  5. De boerderij op nummer 189/191 bij het viaduct van Borgercompagnie is herbouwd in 1928 en is van het ‘villa’-achtige type.
  6. Tegenover de school op nummer 156 bevindt zich een bijzonder fraaie boerderij in de stijl van de Amsterdamse School. Deze boerderij is gebouwd door architect Boiten in 1924.
  7. Op Borgercompagnie 42 ziet u boerderij De Lindenhof, waar een Limousin fokkerij gevestigd is. Aan de rechterkant is in het veld nog een oude waterschapsmolen te zien.
  8. Het Adriaan Tripbos is in 1990 aangelegd. De oeverzwaluwen hebben hier volop de ruimte om te kunnen nestelen en ook diverse roofvogels voelen zich er thuis. Bij mooi weer kunt u zwemmen in het ven.
  9. Tripscompagnie is ontgonnen in 1648 door Adriaan Trip. Dit dorp is nog grotendeels in originele staat. Ook dit Veenkoloniale lintdorp valt onder de gemeentes Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam.
  10. In 1599 gingen zowel in wat we nu Oude Pekela [route 3] noemen als in Hoogezand en Sappemeer Friese verveners aan de slag. Voor 1599 werd er overigens ook al turf gestoken in de Groninger Veenkoloniën. Bewoners van omliggende dorpen op de hogere zandgronden zoals Roswinkel en Onstwedde, staken turf voor eigen gebruik. Daarnaast waren kloosterlingen actief in het veen. Zo bezat de abdij van Aduard een groot stuk veen ten oosten van het Zuidlaardermeer. Door toenemende bevolking en welvaart was er steeds meer vraag naar brandstof. Turf was in toenemende mate ook de brandstof van de steenbakkerijen. Het aantal steenbakkerijen nam in de Middeleeuwen steeds toe. De brandgevaarlijke houten huizen werden immers steeds vaker vervangen door bakstenen huizen. Bovendien werden steeds meer kerken gebouwd met baksteen. Veengebieden in Groningen profiteerden van deze ontwikkeling. Grote concurrent in de strijd om het bruine goud, zoals turf ook wel werd genoemd, was de stad Groningen. Ten noorden van de bezittingen van de kloosterlingen waren de Stadgroningers aan het turfgraven in wat ze De Vrijheid van Groningen noemden (omgeving Kropswolde en Foxhol [route 4] ). In 1342 verbood de stad Groningen de abdij van Aduard erven en renten te verwerven in dit gebied. Na 1599 kwamen de kloosterbezittingen in bezit van de provincie. De stad Groningen wist ook diverse stukken veen te verwerven. Soms was de Stad lachende derde. Nieuw gevormde compagnieën hadden het als pioniers vaak financieel erg moeilijk. De aanleg van de infrastructuur om het gebied te vergraven (wijken en kanalen), kostte handen vol geld. Maar al te graag nam Groningen veengebieden van in financiële nood verkerende ondernemers over. Deze ondernemers mochten op een soort pachtbasis verder werken. Een deel van de te vergraven turf was voor de stad Groningen. De ondergrond (zandgrond) van de vergraven gebieden bleef eigendom van de Stad. Zo ontstonden de stadsmeierrechten, waarvan de afkoop pas aan het eind van de 20e eeuw z’n beslag kreeg. Het mes sneed voor Groningen overigens aan meerdere kanten. Kanalen, wijken en bruggen in deze gebieden waren ook stadsbezit. Bovendien werd alle turf via de Stad getransporteerd. Groningen overheerste het veengebied dus volledig. Van 1599 tot het midden van de 20e eeuw trokken duizenden arbeiders van heinde en verre naar de veengebieden om te werken. Als er toentertijd (16e tot eind 19e eeuw) zoals door velen heden ten dage gedacht, inderdaad zo’n bittere armoede heerste in de venen waren ze niet naar het gebied getrokken. In het midden van de 19e eeuw nam de turfwinning economisch gezien nog maar een bescheiden plaats in in de Oude Groninger Veenkoloniën. (Hoogezand-Sappemeer, Veendam, Wildervank, Oude- en Nieuwe Pekela en Kielwindeweer. Volgens een krantenbericht werd in 1856 de laatste turf uit Zuidwending (een buurtschap onder de rook van Veendam) verscheept. Andere bronnen van inkomsten zoals de binnen- en zeevaart en de landbouw en de landbouwindustrie speelden in de 19e eeuw al een veel belangrijker rol. Hoe ging het turfgraven in zijn werk? Eerst werden de bovenliggende zoden en een dunne laag van de bovenste turf, de zogenaamde bonk, verwijderd. Vaak gebruikte men daarvoor een soort hak en de bonkschep. Het veen lag open voor winning. De afgegraven bonk en plaggen werden afgevoerd en bewaard en later vermengd met de onder het veenpakket liggende zandlaag. Zandgrond vermengd met deze bovenste turf noemde men dalgrond, een grondsoort die uitermate geschikt was voor landbouw. De onder de bonk gelegen veenlagen werden vergraven tot turf.
  11. Welgelegen is de laatste overgebleven borg van de Veenkoloniën. Als u geluk hebt en het hek aan de secundaire weg, rechts van het gebouw is open, dan kunt u in de Franse tuin van de borg even wandelen.
  12. Aan het einde van Borgercompagniesterstraat ziet u rechts het ‘Hoogholtje’ van de historische scheepswerf Wolthuis (zie foto). De scheepswerf dateert van 1696.
  13. Tegenover het schaatsmuseum bevindt zich de Koepelkerk. Deze achthoekige kerk is gebouwd door Coenraet Roelofs in 1653. Het is de oudste kerk van de Veenkoloniën. In 1990 kreeg de kerk de oorspronkelijke koperen koepel terug. Het zadeldak verdween.
  14. Op het gedempte Oude Winschoterdiep aan de Noorderstraat kunt u een beeld van De Veengravers zien en een beeld dat herinnert aan Lode Bok en Jan Neuze, twee markante dorpsfiguren uit Sappemeer.
  15. Tegenover De Gouden Zon ziet u een gebouw met de datum 1839. Hier is vroeger een jeneverstokerij geweest. Nu is het gebouw in bezit van het Leger des Heils (zie foto).
  16. Aan de rechterkant ziet u het tuinbouwgebied van Zuidbroek, de Akkers met bloemen en planten.
  17. Voorbij de laatste boerderij aan het fietspad richting Nieuweweg Muntendam bevindt zich naast het pad een restant van een oude dijk van het riviertje de Oude Ae uit de 18e eeuw. In het stroomdal van dit riviertje is de beroemde Muntendammer Hamer gevonden uit de late Bronstijd/vroege IJzertijd (1100–500 voor Christus).
  18. Muntendam heeft eeuwenlang geďsoleerd gelegen tussen de Dollard en de veenmoerassen. Aan dat isolement kwam een eind in 1637 toen het Muntendammerdiep werd aangelegd. De bevolking bestond vooral uit venters, in Groningen noemen we dat Kiepkerels, vanwege de kiep, een houten ‘winkeltje’ dat ze op hun rug droegen. Bezems en boenders voor de verkoop vanuit de kiep werden in het dorp gemaakt.Verder woonden er veel scheepsjagers die met hun paard, of als ze daar te arm voor waren, met hun vrouw schepen door de diepen en kanalen trokken.
  19. Veendam kwam tot bloei door de vervening (zie verder Hoogezand-Sappemeer) en door de scheepvaart. Het dorp had al vroeg verharde wegen en pleinen, terwijl de omliggende dorpen zich moesten behelpen met modderpaden. Met name de arme Muntendammers maakten de Veendammers uit voor Bluvers, Windhappers of Windmoakers. Tot op de dag van vandaag worden grootse plannen in Veendam door critici afgedaan met de opmerking ‘’t Is Veendammer wind’.